Wat betekent?

Drie huizen bovendien oostwaarts woonde Cornelis Florsiz., vleeshouwer betreffende beroep. Tegelijkertijd was hij ‘speelman’, een werkzaamheid het op trouwerijen en overige feesten werd uitgeoefend, daar waar hij lustige paren op de tonen van bestaan instrument, vermoedelijk een fluit, naar bestaan ‘pijpe’ liet dansen.

Het betekent op zich zelf niet heel wat, maar identiek verschijnsel, vermindering der stookplaatsen, is in alang de kwartieren waargenomen, ook in een aanzienlijkste woningen. Ten einde een druk der belasting betreffende dit haardstedengeld zoveel mogelijk te verlichten, zal men meestal hebben verwijderd hetgeen niet aangewend werden ofwel overbodig was, een maatregel, welke ook in later tijd door belastingplichtigen in praktijk placht te gebracht worden.

Bij dit 2e woonhuis luidde de opgave: “Gillis aangaande Soutelande, deur aengeven van Aryaentgen, appelcoopster, sittende vanwege een deur over Soutelande, 3 haardsteden”

Cent bezat zo’n verzameling ooftbomen, waardoor hij bij zijn buurtgenoten bij de benaming ‘bogartman’ bekend was, die mettertijd een familienaam werden. Net ingeval een titel aangaande een vermaarde president over een Dordtse Synode, Bogerman, die via Vondel betreffende een woordspeling  als ‘het hooft der snoden’ werden betiteld.

Het hoofd betreffende welke school was ‘Meester Felicx aangaande Sambicx, schoolmeester’. Bestaan woonhuis bevatte vier haardsteden. Bestaan wijdverbreide roem dankte deze niet aan zijn Franse school, doch met zijn voorbeeldboek in een edele ‘pennekonst’ in koper uitgesneden, waaruit heel wat van zijn collega's in de 17e eeuw de sierlijk getrokken hoofdletters, grillige arabesken en krinkelende krullen ijverig hebben geoefend. Sinds de lenige ganzenveer het veld heeft behoren te ruimen voor een stugge stalen pen kan zijn dit boek met deze kalligrafische tours een force aangaande weleer ons antiquarische curiositeit geworden, het via de liefhebbers van oud-vaderlandse kunstvaardigheid op het gebied zeer gezocht is en duur betaald is.

Voorts ons schoenmaker ‘Inden Oyevaer’; een zwaardveger; ons koopman; ‘bouckvercoopster’ Maritgen Simons; brouwer Dirck Vincentz met Schapensteyn, wiens brouwerij verder twee ketels en 2 eesten bevatte; een ‘quartiermeester’ Borger Jacobsz met den Block; en in het laatste huis ons kistenmaker ofwel schrijnwerker. De allebei de brouwerijen uitgezonderd, welke trouwens in het achterhuis lagen, is een verhouding tussen particuliere en winkelhuizen op die nabijheid in de loop betreffende 282 jaar weinig veranderd. [In zekere zin geldt dat nog continue, weet kan zijn daar vooral met een gevels enorm wat uitgehaald in de laatste 125 jaar.]

uitstrekte. Het vierde huis over een hoek af gerekend heette ‘Het Trueelkgen’ en was persoonlijk­dom met ons metselaar, welke het woonhuis ‘staende neffens ’t voorgaende’ verhuurd had aan een moutmaker. Daarin was uitgezonderd 3 haardsteden ook ons brandewijnketel.

In dit huis, links van het nu Gemeenlandshuis met Delfland, met 10 haardsteden, had de oud-Burgemeester Heyndrick Dircxz met Santen zijn huisgoden en familie verenigd. Althans hij woonde daar betreffende bestaan ‘huisvrouwe’, welke een aangifte deed.

Eigenaardig mag het schijnen dat daar doch één ‘waert’ onder was. Op de Waterslootse poort woonde Grietje Gijsbrechtsdr, die zei ‘huyre met de stadt’ te hebben en uiteraard was vrijgesteld van haardstedegeld.

‘T Logement betreffende sijne Genaede van Hohenloo’, waarin thans dit Hoogheemraad¬schap over Delfland is gevestigd, werden ook niet in de belasting aangeslagen, om een eenvoudige reden dat aan gezegd ‘furstelijck personaedgen’ vrijdom daarvan was toegekend.

Daarbij kwam nog een vermindering betreffende de brouwnering, die overeenkomstig een auteur sedert het jaar 1600 op grote schaal is gestart, blijkens een lijst die hij opsomt in zijn degelijk werk, waaraan we menige bijzonderheid te danken bekijk hier hebben, welke het anders ook niet ter bekende zou zijn gekomen.

Eindelijk had de toenmalige Secretaris aangaande Hof over Delft, Joachim Jansz. zijn aardsen tabernakel opgeslagen in een woonhuis betreffende vier haardsteden aan de Grote Markt. Een vergunning om ingeval secretaris buiten een gemeente te wonen, schijnt destijds, even als nu, hoofdzakelijk juiste ontbreken aangaande behoorlijke huisvesting op het platteland haar oorsprong en toepassing verschuldigd te bestaan geweest. [Dit in 1920 geannexeerde Hof over Delft was in 1882 alsnog een buurgemeente over Delft.]

Zijn buurman, volgens dit register ‘capiteyn Peuckee’, had in huur het woonhuis, op welks gevelsteen het instrument was afgebeeld, bij een  heren betreffende het vak ingeval ‘Spijckerboor’ ofwel ‘Nagelboor’ vertrouwd.

‘Voorheen’ en ‘thans’ openen ook hier ons ruim veld van vergelijking, zodat de uitspraak over Salomo, het er niks nieuws onder zonlicht is, dikwijls bevestigd is. Verder trof men met de noordzijde van dit Rietveld alsnog ons huis betreffende de benaming ‘Griekenlandt’. Aan de zuidzijde van het Rietveld treffen wij gering bijzonders aan, ofwel het moest de appartement aangaande de ‘gardenier’ (hovenier ofwel tuinman) ‘van een princesse aangaande Chemeye’(Chimay) bestaan, betreffende twee haardsteden, en ‘doctor Fabianus a Nijehoff’ welke daar een huurhuis bewoonde betreffende vijf haardsteden. Dat woonhuis was het grootste over de gehele nabijheid. Dit merendeel der woningen werden slechts voor één stookplaats aangeslagen.

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15

Comments on “Wat betekent?”

Leave a Reply

Gravatar